Twijfel is het gevoel dat je niet zeker weet of iets klopt of wat je moet doen. Het gaat over een beslissing of een oordeel die nog niet vaststaat. Je hebt een vermoeden, maar je houdt er rekening mee dat het anders kan zijn. Dat is niet per sé slecht bij besluiten.
Twijfel betekent dat je bij je beslissing open staat voor andere mogelijkheden. Wie meteen zeker is, ziet mogelijk tegenargumenten over het hoofd. Twijfel dwingt je om ook de andere kant te bekijken. Deze zet je aan om nog iets na te vragen of te controleren, in plaats van op aannames te beslissen. Je zoekt een hulplijn: iemand die al vaker met dit bijltje heeft gehakt. Je luistert ook beter omdat je beseft dat je de inbreng van de ander nodig hebt.
Twijfel is pas een nadeel als je blijft twijfelen. Twijfel helpt als je er iets mee doet. Blijf je erin hangen, dan verlamt het. Dan zoek je naar het maximale, dat er misschien nooit zal zijn. Hoe kun je dan met twijfel omgaan?
- Benoem waar de twijfel zit. Niet “ik weet het allemaal niet”, maar “ik ben onzeker over het budget”
- Gun jezelf meer tijd bij grote besluiten (eerst er een nachtje over slapen en een expert raadplegen) dan bij kleine besluiten. Bij een kleine keuze is lang twijfelen zonde van je tijd.
- Stel een grens. Spreek met jezelf af wat je nog wilt weten en wanneer je kiest. Anders blijf je uitstellen. Ga na of uitstel wat zal opleveren of kosten.
Kijk af en toe terug: in welke situaties was het goed om te twijfelen? Zo leer je en gebruik je je twijfel beter.
Wat is jouw kwaliteit van besluiten? Check het hier.
